Algemeen

Hoofdlijnen

Financiële hoofdlijnen

Inleiding

Resultaat
(-/- is een nadeel, + is een voordeel)
De jaarstukken 2025 sluiten met een voordelig resultaat van € 3.130.835. Het geraamde nadelige resultaat na wijziging is € 1.308.641. Ten opzichte van de begroting na wijziging is dus sprake van een voordelig verschil van € 4.439.476.

Exploitatie (bedragen x € 1.000)

Primitieve begroting

Na wijziging

Realisatie

Verschil

Baten

180.563

213.254

194.483

-18.770

Lasten

181.466

214.562

191.352

23.210

Resultaat 2025

-902

-1.309

3.131

4.439

Toelichting op hoofdlijnen

Exploitatie (bedragen x € 1.000)

Primitieve begroting

Na wijziging

Realisatie

Verschil

Bestuur en ondersteuning

95.713

97.258

101.134

3.877

Veiligheid

-4.708

-4.821

-4.755

66

Verkeer, vervoer en waterstaat

-7.543

-7.303

-7.257

46

Economie

-556

-632

-4.973

-4.341

Onderwijs

-5.170

-5.183

-4.920

263

Sport, cultuur en recreatie

-10.887

-11.417

-11.777

-359

Sociaal domein

-62.647

-64.359

-61.848

2.511

Volksgezondheid en milieu

-2.872

-2.452

-2.311

141

Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing

-2.231

-2.399

-163

2.236

Resultaat 2025

-902

-1.309

3.131

4.439

De oorzaken van het verschil van € 4.439.476 liggen voornamelijk bij 4 programma's. Hieronder is van deze 4 programma's aangegeven wat de grootste verschillen zijn.

Programma 0 Bestuur en ondersteuning
Voorziening wethouders
Er heeft in 2025 een incidenteel hogere dotatie aan de pensioenvoorziening wethouders plaatsgevonden. Door de komst van de Wet toekomst pensioenen (Wtp) worden de pensioenaanspraken van (voormalig) politieke ambtsdragers op 1 januari 2028 collectief overgedragen van de eigen gemeentelijke regeling (Appa) naar het pensioenfonds ABP. Per saldo is een eenmalige extra toevoeging van totaal € 2.251.000 noodzakelijk om de overstap naar het ABP volledig af te dekken.

Doorbelasting overhead
Tot en met 2024 werd bij grondexploitaties alleen overhead toegerekend aan personeel in dienst. Met ingang van 2025 wordt bij de grondexploitaties ook over de inhuurkosten overhead toegerekend. Deze andere toerekening heeft een negatief effect op de incidentele opbrengsten van de grondexploitaties, maar heeft een structureel positief effect op het begrotingssaldo van de gemeente. In 2025 een voordeel van € 1.222.000. Deze werkwijze is in lijn met de financiële verordening (artikel 17 lid 1).

Algemene uitkering
In de september- en decembercirculaire is in totaal € 3.347.000 meer aan algemene uitkering ontvangen.

Programma 3 Economie
Grondexploitaties
Voor de jaarlijkse herziening van de grondexploitatie heeft een integrale doorrekening plaatsgevonden. De resultaten van deze jaarlijkse actualisatie zijn opgenomen in de Uitvoeringsrapportage Grondexploitatie 2025. In deze rapportage is het verwachte resultaat voor Zevenaar-Oost Bedrijven bepaald op € 8.590.000 (netto contante waarde, peildatum 1 januari 2026). Ten opzichte van het voorgaande jaar betekent dit een verslechtering van € 4.354.000 NCW. De belangrijkste factoren voor de verslechtering zijn dat door de vertraging van het Tracébesluit Via15 de uitvoering wordt uitgesteld met  extra plankosten tot gevolg (circa € 0,6 miljoen). Daarnaast vallen de plankosten hoger uit dan eerder begroot. Dit komt omdat vanaf 2025, conform de financiële verordening van de gemeente Zevenaar, ook overhead over de inhuurkosten doorbelast wordt (circa € 1,3 miljoen). De civieltechnische werken vallen op basis van een nieuwe civieltechnische raming € 895.000 hoger uit dan eerder begroot.

Programma 6 Sociaal domein
Binnen het sociaal domein hebben we ongeveer € 2,5 miljoen minder uitgegeven dan begroot. Hieronder lichten we de belangrijkste oorzaken kort toe. Bij het minimabeleid is een voordeel van € 268.000 ontstaan. Dit komt doordat we de collectieve zorgverzekering hebben aangepast en minder hebben uitgegeven aan de alleenverdienersregeling en bijzondere bijstand. Het Rijk heeft het definitieve BUIG-budget voor 2025 verhoogd. Hierdoor ontvangen we ongeveer € 615.000 meer dan eerder gedacht. Voor de Wmo zien we een voordeel van ongeveer € 580.000. Dit wordt vooral veroorzaakt door lagere kosten voor woningaanpassingen en hulpmiddelen. Bij de jeugdzorg ontstaat per saldo een voordeel van € 600.000.  Het positieve resultaat op dit programma wordt mede verklaard door het gericht werken vanuit de visie sociaal domein én de maatregelen vanuit het project Financieel Gezonde Toekomst. In die lijn is een forse daling van kosten op jeugdzorg met verblijf te constateren. De volgende stap is om de kosten voor ambulante jeugdhulp niet verder te laten stijgen om zodoende de ingeboekte besparingen in de meerjarenbegroting te gaan realiseren.

Programma 8 Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing
Grondexploitaties
De grondexploitaties voor de woningbouw laten in totaal een voordeel van € 1,2 miljoen zien op de verliesvoorziening. De belangrijkste redenen hiervoor zijn de vrijval van de geprognosticeerde kosten voor woonrijp maken en een bijstelling van de geprognosticeerde grondopbrengsten. Hier staan hogere geprognosticeerde plankosten tegenover.

Omgevingsvergunningen en toezicht
Er is in 2025 € 448.000 meer aan leges ontvangen. Dit kan verklaard worden doordat in het vierde kwartaal 2025 meer omgevingsvergunningen voor grote projecten zijn vergund dan eerder verwacht.

Realisatiestimulans
Op 5 november 2025 heeft het Rijk de regeling realisatiestimulans vastgesteld. Het doel hiervan is om lokale woningbouw te versterken en onrendabele projecten haalbaar te maken in heel Nederland. In de vorm van een Spuk-uitkering ontvangen gemeenten € 7.000 per betaalbare woning waarvan de bouw start tussen 1 januari 2025 en 31 december 2029. In de begroting was hier nog geen rekening mee gehouden. Dit geeft een voordeel van € 721.000.

De overige 4 programma's geven samen een voordeel van € 157.000 welke we hier niet verder toelichten. Voor een uitgebreidere toelichting op alle verschillen groter dan € 100.000, verwijzen we u naar de betreffende programma's of naar de toelichting onder het overzicht van baten en lasten.

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Weerstandsvermogen is de relatie tussen de weerstandscapaciteit en de risico's die zich binnen onze gemeente kunnen manifesteren. De weerstandscapaciteit zijn de middelen en de mogelijkheden waarover een gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken. Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, wordt de benodigde weerstandscapaciteit (risico's) afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen.

Ratio weerstandsvermogen =

Beschikbare weerstandscapaciteit

=

34.405.000

= 4,85

                                                               Benodigde weerstandscapaciteit                             7.506.000

De berekende ratio duidt op een uitstekend weerstandsvermogen om de risico’s af te dekken.

Deze pagina is gebouwd op 06/02/2026 14:53:12 met de export van 06/02/2026 14:29:16